Wat een wedstrijd. Wat een dag. Wat een gevoel.
“Vamos Rodrigo! Kom op Rodrigo! Róóódrri, je kan het!”
Afgelopen zondag hoorde ik tientallen onbekende mensen mijn naam schreeuwen langs de zijlijn van de Rotterdam Marathon. Geen idee wie ze waren, maar ze moedigden me aan alsof ik in de Champions League-finale stond. Eén woord: geweldig.
Het stond 0-1 bij de aftrap.
Twee weken voor de marathon: een kuitblessure. In die twee weken maar één keer vijf kilometer gelopen om te kijken hoe het ging. Gelukkig ging dat goed. Maar toen… op vrijdag: een verstopte neus, keelpijn. Een griepje. Alles geprobeerd: stomen, neusspray, een ui naast m’n bed (ja, echt), zelfs boter onder m’n neus. Maar helaas, geen wondermiddelen.
Zondag stonden we er.
Om 07:00 op weg naar Rotterdam, samen met mijn geweldige team van supporters. Onderweg checkte ik mijn mail: nieuwe donaties voor het KWF Kankerbestrijding. Meer dan €100 die ochtend. Totaalbedrag: ruim €900. Wat een motivatieboost vlak voor de start.
10:21: aftrap.
Wave 4. Nog zo’n tien minuten lopen richting start, en rond 10:30 over de startlijn met een flinke knal. Wat een gevoel om te starten aan hashtag#demooiste. De eerste kilometers vlogen voorbij. Maar toen: kramp in mijn rechtertenen. Tien kilometer lang aanmodderen. Veters losser, voet samentrekken, ontspannen, aanpassen. Uiteindelijk trok het weg.
20 km onderweg.
Mijn oorspronkelijke doel was <4 uur. Door de pijntjes had ik dat al bijgesteld, maar ik zat verrassend goed op schema. Binnen drie uur al ruim 30 kilometer in de benen.
En toen… begon het derde uur.
Het beruchte Kralingse Bos. Daar veranderde hardlopen langzaam in joggen. Tientallen mensen die stukjes wandelden. De kramp keerde terug. En je merkte het verschil: weinig support, veel strijd.
Maar vanaf 35 km – het bos uit – stonden ze daar weer: die duizenden supporters.
En wat gebeurt er dan? Je voelt het. Samen met alle lopers om je heen: we gaan dit doen.
Laatste kilometers. Oortjes uit. Glimlachen. Genieten.
Alsof je scoort in de 93e minuut. De 2-1 wordt gemaakt. Finish. Gouden medaille.
Wat. Een. Wedstrijd.
Zoveel respect voor iedereen die dit doet – of je er nou 3 of 5 uur over doet.
Je bent tot zoveel in staat als je die knop omzet, dat doel najaagt en gewoon gáát. Niet alleen in sport, maar in elke uitdaging die je aangaat.
Het juiste moment?
Dat was gisteren.
